Inleiding
وَقَالَ رَبُّكُمُ ادْعُونِي أَسْتَجِبْ لَكُمْ ۚ إِنَّ
الَّذِينَ يَسْتَكْبِرُونَ عَنْ عِبَادَتِي سَيَدْخُلُونَ جَهَنَّمَ دَاخِرِينَ
En jullie Heer zegt: “Roep Mij aan, Ik zal jullie antwoorden. Degenen die uit hoogmoed weigeren Mij te aanbidden, zullen vernederd de Hel binnengaan.” (40:60)
De mens is geschapen voor een groot en edel doel: alleen Allah de Allerhoogste aanbidden, zonder enige deelgenoot. Allah zegt in de Heilige Koran:
وَمَا خَلَقْتُ الْجِنَّ وَالْإِنسَ إِلَّا لِيَعْبُدُونِ
Ik heb de djinn en de mensen slechts geschapen zodat zij Mij aanbidden. (51:29)
Reserveer uw gratis proefles van 30 minuten
Inschrijfformulier
1. Het belang van aanbidding
De grootste en edelste vorm van aanbidding is de smeekbede - دُعاء. Zonder Allah de Allerhoogste zijn wij niets. Zonder Allah zijn wij zwak en hulpeloos. Onze behoefte aan Allah is wezenlijker dan voedsel, drinken of zelfs de lucht die wij inademen.
Wanneer wij onze Heer aanroepen, erkennen wij onze zwakte en nood en getuigen wij dat alleen Allah ons kan helpen en leiden. Zo tonen wij volledige onderwerping aan Zijn wil en een juist besef van Zijn recht om aanbeden te worden.
De smeekbede is niet slechts een daad van aanbidding. Zij behoort juist tot de beste vormen van aanbidding. Zij is een teken van geloof en gehoorzaamheid aan Allah:
وَادْعُوهُ مُخْلِصِينَ لَهُ الدِّينَ
En roep Hem aan, oprecht in jullie aanbidding van Hem. (7:29)
Allah de Allerhoogste is dicht bij degene die Hem oprecht aanroept. De smeekbede is een teken van nederigheid, waarbij de dienaar zijn onderwerping aan zijn Schepper toont en iedere vorm van hoogmoed achter zich laat.
Beste zusters en broeders, laten wij het belang van het voortdurend, toegewijd en oprecht aanroepen van onze Heer nooit vergeten. Verlies nooit de hoop dat uw smeekbeden worden gehoord en verhoord. Aisha - moge Allah tevreden met haar zijn - zei:
“Geen smeekbede van een gelovige gaat verloren. Ofwel wordt zij in deze wereld verhoord, ofwel wordt zij voor hem in het Hiernamaals bewaard, zodat hij niet teleurgesteld zal zijn.”
De smeekbede behoort tot de gemakkelijkste en verhevenste vormen van aanbidding. Zij opent een oprechte en diepe dialoog met de Schepper en maakt iemand hoopvoller.
De smeekbede is een geneesmiddel tegen ziekten en een wapen tegen zwakte en kwaad. Zij is een eigenschap van de ware gelovige en van degene die door Allah wordt bemind:
إِنَّهُمْ كَانُوا يُسَارِعُونَ فِي الْخَيْرَاتِ
وَيَدْعُونَنَا رَغَبًا وَرَهَبًا ۖ وَكَانُوا لَنَا خَاشِعِينَ
“Zij wedijverden in goede daden, riepen Ons aan met hoop en vrees en waren nederig tegenover Ons.” (21/90)
2. Smeekbeden uit de Koran
رَبَّنَا تَقَبَّلْ مِنَّا ۖإِنَّكَ أَنتَ السَّمِيعُ الْعَلِيمُ
“Onze Heer, aanvaard dit van ons. U bent waarlijk de Alhorende, de Alwetende.” (2-127)
رَبَّنَا وَاجْعَلْنَا مُسْلِمَيْنِ لَكَ وَمِن ذُرِّيَّتِنَا أُمَّةً مُّسْلِمَةً لَّكَ وَأَرِنَا مَنَاسِكَنَا وَتُبْ عَلَيْنَا ۖ إِنَّكَ أَنتَ التَّوَّابُ الرَّحِيمُ
“Onze Heer, maak ons beiden aan U onderworpen en uit onze nakomelingen een gemeenschap die zich aan U onderwerpt. Toon ons onze rituelen en aanvaard ons berouw. U bent waarlijk de Berouwaanvaardende, de Meest Barmhartige.” (2-128)
رَبَّنَا آتِنَا فِي الدُّنْيَا حَسَنَةً وَفِي الْآخِرَةِ حَسَنَةً وَقِنَا عَذَابَ النَّارِ
“Onze Heer, schenk ons het goede in deze wereld en het goede in het Hiernamaals en bescherm ons tegen de bestraffing van het Vuur.” (2-201)
رَبَّنَا أَفْرِغْ عَلَيْنَا صَبْرًا وَثَبِّتْ
أَقْدَامَنَا وَانصُرْنَا عَلَى الْقَوْمِ الْكَافِرِينَ
“Onze Heer, schenk ons standvastigheid, maak onze voeten stevig en help ons tegen het ongelovige volk.” (2-250)
رَبَّنَا لَا تُؤَاخِذْنَا إِن نَّسِينَا أَوْ أَخْطَأْنَا
“Onze Heer, bestraf ons niet wanneer wij vergeten of een fout begaan.” (2-286)
رَبَّنَا وَلَا تَحْمِلْ عَلَيْنَا إِصْرًا
كَمَا حَمَلْتَهُ عَلَى الَّذِينَ مِن قَبْلِنَا
“Onze Heer, leg ons geen zware last op zoals U die oplegde aan degenen vóór ons.” (2-286)
رَبَّنَا وَلَا تُحَمِّلْنَا مَا لَا طَاقَةَ لَنَا بِهِ ۖوَاعْفُ عَنَّا وَاغْفِرْ لَنَا
وَارْحَمْنَا ۚ أَنتَ مَوْلَانَا فَانصُرْنَا عَلَى الْقَوْمِ الْكَافِرِينَ
“Onze Heer, belast ons niet met wat wij niet kunnen dragen. Scheld ons kwijt, vergeef ons en wees ons genadig. U bent onze Beschermer, help ons daarom tegen het ongelovige volk.” (2-286)
رَبَّنَا لَا تُزِغْ قُلُوبَنَا بَعْدَ إِذْ هَدَيْتَنَا وَهَبْ لَنَا مِن لَّدُنكَ رَحْمَةً ۚ إِنَّكَ أَنتَ الْوَهَّابُ
“Onze Heer, laat onze harten niet afwijken nadat U ons hebt geleid en schenk ons barmhartigheid van Uw kant. U bent waarlijk de Gever.” (3-08)
رَبَّنَا إِنَّكَ جَامِعُ النَّاسِ لِيَوْمٍ
لَّا رَيْبَ فِيهِ ۚ إِنَّ اللَّـهَ لَا يُخْلِفُ الْمِيعَادَ
“Onze Heer, U zult de mensen verzamelen op een Dag waarover geen twijfel bestaat. Allah verbreekt Zijn belofte nooit.” (3-09)
رَبَّنَا إِنَّنَا آمَنَّا فَاغْفِرْ لَنَا ذُنُوبَنَا وَقِنَا عَذَابَ النَّارِ
“Onze Heer, wij geloven. Vergeef daarom onze zonden en bescherm ons tegen de bestraffing van het Vuur.” (3-16)
رَبِّ هَبْ لِي مِن لَّدُنكَ ذُرِّيَّةً طَيِّبَةً ۖ إِنَّكَ سَمِيعُ الدُّعَاءِ
“Mijn Heer, schenk mij van Uw kant goede nakomelingen. U hoort waarlijk de smeekbede.” (3-38)
رَبَّنَا آمَنَّا بِمَا أَنزَلْتَ وَاتَّبَعْنَا
الرَّسُولَ فَاكْتُبْنَا مَعَ الشَّاهِدِينَ
“Onze Heer, wij geloven in wat U hebt neergezonden en wij volgen de boodschapper. Schrijf ons daarom onder de getuigen.” (3-53)
رَبَّنَا اغْفِرْ لَنَا ذُنُوبَنَا وَإِسْرَافَنَا فِي أَمْرِنَا
وَثَبِّتْ أَقْدَامَنَا وَانصُرْنَا عَلَى الْقَوْمِ الْكَافِرِينَ
“Onze Heer, vergeef onze zonden en onze buitensporigheid, maak onze voeten standvastig en help ons tegen het ongelovige volk.” (3-147)
رَبَّنَا مَا خَلَقْتَ هَـٰذَا بَاطِلًا سُبْحَانَكَ فَقِنَا عَذَابَ النَّارِ
“Onze Heer, U hebt dit niet zonder doel geschapen. Glorie zij U. Bescherm ons tegen de bestraffing van het Vuur.” (3-191)
رَبَّنَا إِنَّكَ مَن تُدْخِلِ النَّارَ فَقَدْ أَخْزَيْتَهُ ۖ وَمَا لِلظَّالِمِينَ مِنْ أَنصَارٍ
“Onze Heer, wie U het Vuur laat binnengaan, hebt U werkelijk vernederd. De onrechtvaardigen hebben geen helpers.” (3-192)
رَّبَّنَا إِنَّنَا سَمِعْنَا مُنَادِيًا يُنَادِي لِلْإِيمَانِ أَنْ آمِنُوا بِرَبِّكُمْ فَآمَنَّا ۚ
“Onze Heer, wij hebben een oproeper tot het geloof horen roepen: ‘Geloof in jullie Heer’, en wij hebben geloofd.” (3-193)
رَبَّنَا فَاغْفِرْ لَنَا ذُنُوبَنَا وَكَفِّرْ
عَنَّا سَيِّئَاتِنَا وَتَوَفَّنَا مَعَ الْأَبْرَارِ
“Onze Heer, vergeef onze zonden, wis onze slechte daden uit en laat ons sterven met de rechtschapenen.” (3-193)
رَبَّنَا وَآتِنَا مَا وَعَدتَّنَا عَلَىٰ رُسُلِكَوَلَا
تُخْزِنَا يَوْمَ الْقِيَامَةِ ۗ إِنَّكَ لَا تُخْلِفُ الْمِيعَادَ
“Onze Heer, schenk ons wat U ons via Uw boodschappers hebt beloofd en verneder ons niet op de Dag der Opstanding. U verbreekt Uw belofte nooit.” (3-194)
رَبَّنَا أَخْرِجْنَا مِنْ هَـٰذِهِ الْقَرْيَةِ الظَّالِمِ أَهْلُهَا
وَاجْعَل لَّنَا مِن لَّدُنكَ وَلِيًّا وَاجْعَل لَّنَا مِن لَّدُنكَ نَصِيرًا
“Onze Heer, haal ons uit deze stad waarvan de inwoners onrechtvaardig zijn en schenk ons van Uw kant een beschermer en een helper.” (4-75)
رَبَّنَا آمَنَّا فَاكْتُبْنَا مَعَ الشَّاهِدِينَ
“Onze Heer, wij geloven. Schrijf ons daarom onder degenen die getuigen.” (5-83)
رَبَّنَا ظَلَمْنَا أَنفُسَنَا وَإِن لَّمْ تَغْفِرْ لَنَا
وَتَرْحَمْنَا لَنَكُونَنَّ مِنَ الْخَاسِرِينَ
“Onze Heer, wij hebben onszelf onrecht aangedaan. Wanneer U ons niet vergeeft en geen barmhartigheid schenkt, zullen wij zeker tot de verliezers behoren.” (7-23)
رَبَّنَا لَا تَجْعَلْنَا مَعَ الْقَوْمِ الظَّالِمِينَ
“Onze Heer, plaats ons niet bij het onrechtvaardige volk.” (7-47)
رَبَّنَا افْتَحْ بَيْنَنَا وَبَيْنَ قَوْمِنَا
بِالْحَقِّ وَأَنتَ خَيْرُ الْفَاتِحِينَ
“Onze Heer, oordeel met waarheid tussen ons en ons volk. U bent de Beste van de rechters.” (7-89)
رَبَّنَا أَفْرِغْ عَلَيْنَا صَبْرًا وَتَوَفَّنَا مُسْلِمِينَ
“Onze Heer, schenk ons standvastigheid en laat ons sterven als mensen die zich volledig aan U hebben onderworpen.” (7-126)
رَبَّنَا لَا تَجْعَلْنَا فِتْنَةً لِّلْقَوْمِ الظَّالِمِينَ ﴿٨٥﴾ وَنَجِّنَا بِرَحْمَتِكَ مِنَ الْقَوْمِ الْكَافِرِينَ
“Onze Heer, maak ons niet tot een beproeving voor het onrechtvaardige volk en red ons door Uw barmhartigheid van het ongelovige volk.” (10-85/86)
رَبِّ إِنِّي أَعُوذُ بِكَ أَنْ أَسْأَلَكَ مَا لَيْسَ لِي
بِهِ عِلْمٌ ۖ وَإِلَّا تَغْفِرْ لِي وَتَرْحَمْنِي أَكُن مِّنَ الْخَاسِرِينَ
“Mijn Heer, ik zoek bescherming bij U tegen het vragen van iets waarover ik geen kennis heb. Wanneer U mij niet vergeeft en geen barmhartigheid schenkt, zal ik tot de verliezers behoren.” (11-47)
رَبِّ اجْعَلْ هَـٰذَا الْبَلَدَ آمِنًا وَاجْنُبْنِي وَبَنِيَّ أَن نَّعْبُدَ الْأَصْنَامَ
“Mijn Heer, maak deze stad veilig en houd mij en mijn kinderen weg van het aanbidden van afgoden.” (14-35)
رَبَّنَا إِنَّكَ تَعْلَمُ مَا نُخْفِي وَمَا نُعْلِنُ ۗ وَمَا يَخْفَىٰ
عَلَى اللَّـهِ مِن شَيْءٍ فِي الْأَرْضِ وَلَا فِي السَّمَاءِ
“Onze Heer, U weet wat wij verbergen en wat wij bekendmaken. Niets op aarde of in de hemel is voor Allah verborgen.” (14-38)
رَبِّ اجْعَلْنِي مُقِيمَ الصَّلَاةِ وَمِن ذُرِّيَّتِي ۚ رَبَّنَا وَتَقَبَّلْ دُعَاءِ
“Mijn Heer, maak mij en een deel van mijn nakomelingen standvastig in het gebed. Onze Heer, aanvaard mijn smeekbede.” (14-40)
رَبَّنَا اغْفِرْ لِي وَلِوَالِدَيَّ وَلِلْمُؤْمِنِينَ يَوْمَ يَقُومُ الْحِسَابُ
“Onze Heer, vergeef mij, mijn ouders en de gelovigen op de Dag waarop de afrekening plaatsvindt.” (14-31)
رَبَّنَا آتِنَا مِن لَّدُنكَ رَحْمَةً وَهَيِّئْ لَنَا مِنْ أَمْرِنَا رَشَدًا
“Onze Heer, schenk ons barmhartigheid van Uw kant en bereid voor ons leiding in onze zaak.” (18-10)
رَبَّنَا إِنَّنَا نَخَافُ أَن يَفْرُطَ عَلَيْنَا أَوْ أَن يَطْغَىٰ
“Onze Heer, wij vrezen dat hij ons onrecht zal aandoen of alle grenzen zal overschrijden.” (20-45)
رَّبِّ زِدْنِي عِلْمًا
“Mijn Heer, vermeerder mijn kennis.” (20-114)
لَّا إِلَـٰهَ إِلَّا أَنتَ سُبْحَانَكَ إِنِّي كُنتُ مِنَ الظَّالِمِينَ
“Er is geen godheid behalve U. Glorie zij U. Ik behoorde werkelijk tot de onrechtvaardigen.” (21-87)
رَبِّ لَا تَذَرْنِي فَرْدًا وَأَنتَ خَيْرُ الْوَارِثِينَ
“Mijn Heer, laat mij niet alleen, terwijl U de Beste van de erfgenamen bent.” (21-89)
رَبَّنَا آمَنَّا فَاغْفِرْ لَنَا وَارْحَمْنَا وَأَنتَ خَيْرُ الرَّاحِمِينَ
“Onze Heer, wij geloven. Vergeef ons en wees ons genadig. U bent de Beste van de barmhartigen.” (23-109)
رَبَّنَا وَسِعْتَ كُلَّ شَيْءٍ رَّحْمَةً وَعِلْمًا فَاغْفِرْ لِلَّذِينَ
تَابُوا وَاتَّبَعُوا سَبِيلَكَ وَقِهِمْ عَذَابَ الْجَحِيمِ
“Onze Heer, Uw barmhartigheid en kennis omvatten alles. Vergeef daarom degenen die berouw tonen en Uw weg volgen en bescherm hen tegen de bestraffing van de Hel.” (40-07)
رَبَّنَا وَأَدْخِلْهُمْ جَنَّاتِ عَدْنٍ الَّتِي وَعَدتَّهُمْ وَمَن صَلَحَ مِنْ آبَائِهِمْ
وَأَزْوَاجِهِمْ وَذُرِّيَّاتِهِمْ ۚ إِنَّكَ أَنتَ
الْعَزِيزُ الْحَكِيمُ ﴿٨﴾ وَقِهِمُ السَّيِّئَاتِ ۚ وَمَن تَقِ السَّيِّئَاتِ
يَوْمَئِذٍ فَقَدْ رَحِمْتَهُ ۚ وَذَٰلِكَ هُوَ الْفَوْزُ الْعَظِيمُ
“Onze Heer, laat hen de tuinen van Eden binnengaan die U hun hebt beloofd, evenals de rechtschapenen onder hun voorouders, echtgenoten en nakomelingen. U bent waarlijk de Almachtige, de Alwijze. Bescherm hen tegen slechte daden. Wie U die Dag tegen slechte daden beschermt, hebt U barmhartigheid geschonken. Dat is de grote overwinning.” (40-8/9)
رَبَّنَا اصْرِفْ عَنَّا عَذَابَ جَهَنَّمَ ۖ إِنَّ عَذَابَهَا كَانَ غَرَامًا ﴿٦٥﴾ إِنَّهَا سَاءَتْ مُسْتَقَرًّا وَمُقَامًا
“Onze Heer, wend de bestraffing van de Hel van ons af, want haar bestraffing is blijvend. Wat een slechte verblijfplaats en woonplaats is zij.” (25-66/67)
رَبَّنَا هَبْ لَنَا مِنْ أَزْوَاجِنَا وَذُرِّيَّاتِنَا قُرَّةَ أَعْيُنٍ وَاجْعَلْنَا لِلْمُتَّقِينَ إِمَامًا
“Onze Heer, schenk ons in onze echtgenoten en nakomelingen vreugde voor onze ogen en maak ons een voorbeeld voor de godvrezenden.” (25-74)
رَبِّ أَوْزِعْنِي أَنْ أَشْكُرَ نِعْمَتَكَ الَّتِي أَنْعَمْتَ عَلَيَّ وَعَلَىٰ
وَالِدَيَّ وَأَنْ أَعْمَلَ صَالِحًا تَرْضَاهُ وَأَدْخِلْنِي بِرَحْمَتِكَ فِي عِبَادِكَ الصَّالِحِينَ
“Mijn Heer, stel mij in staat dankbaar te zijn voor Uw gunst waarmee U mij en mijn ouders hebt begunstigd en goede daden te verrichten waarmee U tevreden bent. Laat mij door Uw barmhartigheid toetreden tot Uw rechtschapen dienaren.” (27-19)
رَبِّ نَجِّنِي مِنَ الْقَوْمِ الظَّالِمِينَ
“Mijn Heer, red mij van het onrechtvaardige volk.” (28-21)
رَبِّ إِنِّي لِمَا أَنزَلْتَ إِلَيَّ مِنْ خَيْرٍ فَقِيرٌ
“Mijn Heer, ik heb grote behoefte aan ieder goed dat U tot mij neerzendt.” (28-24)
قَالَ رَبِّ انصُرْنِي عَلَى الْقَوْمِ الْمُفْسِدِينَ
“Mijn Heer, help mij tegen het volk van verderfzaaiers.” (29-30)
رَبَّنَا لَا تَجْعَلْنَا فِتْنَةً لِّلَّذِينَ كَفَرُوا
وَاغْفِرْ لَنَا رَبَّنَا ۖ إِنَّكَ أَنتَ الْعَزِيزُ الْحَكِيمُ
“Onze Heer, maak ons niet tot een beproeving voor degenen die ongelovig zijn en vergeef ons, onze Heer. U bent waarlijk de Almachtige, de Alwijze.” (60-5)
رَبَّنَا أَتْمِمْ لَنَا نُورَنَا وَاغْفِرْ لَنَا ۖ إِنَّكَ عَلَىٰ كُلِّ شَيْءٍ قَدِيرٌ
“Onze Heer, voltooi ons licht en vergeef ons. U bent tot alle dingen in staat.” (66-8)
رَّبَّنَا عَلَيْكَ تَوَكَّلْنَا وَإِلَيْكَ أَنَبْنَا وَإِلَيْكَ الْمَصِيرُ
“Onze Heer, op U vertrouwen wij, tot U keren wij berouwvol terug en tot U is de uiteindelijke bestemming.” (60-04)
3. Conclusie
Deze Tajwidles heeft ons geholpen het belang van de smeekbede voor de moslim te begrijpen.
Ook hebben wij verschillende smeekbeden uit de Heilige Koran geleerd. De lijst is niet volledig. Wie meer smeekbeden wil leren kan gespecialiseerde boeken raadplegen, zoals De vesting van de moslim.
De volgende les zal, in sha Allah, een woordenlijst bevatten met de belangrijkste termen die wij tijdens deze reeks Tajwidlessen over de Heilige Koran hebben geleerd.
Geen reacties
Er zijn momenteel geen reacties.
Er zijn momenteel geen reacties.