Persoonlijke voornaamwoorden behoren tot de basis van de Arabische grammatica. Ze verwijzen naar de spreker, aangesprokene of afwezige persoon.
In het Arabisch heten zij الضَّمَائِرُ. De twee hoofdgroepen zijn:
- الضَّمَائِرُ الْمُنْفَصِلَةُ: losse voornaamwoorden;
- الضَّمَائِرُ الْمُتَّصِلَةُ: aangehechte voornaamwoorden.
Waarvan hangt de vorm af?
- persoon: eerste, tweede of derde;
- geslacht: mannelijk of vrouwelijk;
- getal: enkelvoud, dualis of meervoud;
- vorm: los of aangehecht.
Losse voornaamwoorden
- أَنَا: ik;
- أَنْتَ: jij, mannelijk;
- أَنْتِ: jij, vrouwelijk;
- هُوَ: hij;
- هِيَ: zij;
- نَحْنُ: wij.
أَنَا طَالِبٌ
Ik ben student.
Aangehechte voornaamwoorden
Aan een naamwoord geven ze vaak bezit aan:
- كِتَابِي: mijn boek;
- كِتَابُكَ: jouw boek, mannelijk;
- كِتَابُكِ: jouw boek, vrouwelijk;
- كِتَابُهُ: zijn boek;
- كِتَابُهَا: haar boek;
- كِتَابُنَا: ons boek.
Aan een werkwoord kunnen ze het object aangeven:
- خَلَقَنِي: Hij schiep mij;
- خَلَقَنَا: Hij schiep ons;
- خَلَقَكَ: Hij schiep jou, mannelijk;
- خَلَقَكِ: Hij schiep jou, vrouwelijk.
Volledig overzicht
| Persoon | Los | Betekenis | Aangehecht |
|---|---|---|---|
| 1e persoon enkelvoud | أَنَا | ik | ـِي |
| 1e persoon meervoud | نَحْنُ | wij | ـنَا |
| 2e persoon m. enkelvoud | أَنْتَ | jij | ـكَ |
| 2e persoon v. enkelvoud | أَنْتِ | jij | ـكِ |
| 2e persoon dualis | أَنْتُمَا | jullie twee | ـكُمَا |
| 2e persoon m. meervoud | أَنْتُمْ | jullie | ـكُمْ |
| 2e persoon v. meervoud | أَنْتُنَّ | jullie | ـكُنَّ |
| 3e persoon m. enkelvoud | هُوَ | hij | ـهُ |
| 3e persoon v. enkelvoud | هِيَ | zij | ـهَا |
| 3e persoon dualis | هُمَا | zij twee | ـهُمَا |
| 3e persoon m. meervoud | هُمْ | zij | ـهُمْ |
| 3e persoon v. meervoud | هُنَّ | zij | ـهُنَّ |
De eerste persoon
- أَنَا: ik;
- نَحْنُ: wij;
- ـِي: mijn;
- ـنَا: ons/onze.
بَيْتِي قَرِيبٌ
Mijn huis is dichtbij.
رَبُّنَا
Onze Heer.
De tweede persoon
- أَنْتَ: jij, mannelijk;
- أَنْتِ: jij, vrouwelijk;
- أَنْتُمَا: jullie twee;
- أَنْتُمْ: jullie, mannelijk meervoud;
- أَنْتُنَّ: jullie, vrouwelijk meervoud.
De overeenkomstige aangehechte vormen zijn ـكَ, ـكِ, ـكُمَا, ـكُمْ en ـكُنَّ.
De derde persoon
- هُوَ: hij;
- هِيَ: zij;
- هُمَا: zij twee;
- هُمْ: zij, mannelijk;
- هُنَّ: zij, vrouwelijk.
هُمَا en de dualis
هُمَا wordt gebruikt voor twee mannelijke of twee vrouwelijke personen. Het contextwoord laat het geslacht zien.
- هُمَا طَالِبَانِ: zij zijn twee studenten;
- هُمَا مُدَرِّسَتَانِ: zij zijn twee leraressen.
De dualis eindigt vaak op ـَانِ in de nominatief en op ـَيْنِ in accusatief of genitief.
Aangehecht aan een naamwoord
Een naamwoord met een aangehecht voornaamwoord wordt bepaald en neemt geen tanwin.
- رَبُّكَ: jouw Heer, mannelijk;
- رَبُّكِ: jouw Heer, vrouwelijk;
- رَبُّكُمَا: jullie Heer, dualis;
- رَبُّكُمْ: jullie Heer, mannelijk meervoud;
- رَبِّي: mijn Heer;
- رَبُّنَا: onze Heer.
Aangehecht aan een werkwoord
- خَلَقَكَ: Hij schiep jou, mannelijk;
- خَلَقَكِ: Hij schiep jou, vrouwelijk;
- خَلَقَكُمَا: Hij schiep jullie twee;
- خَلَقَكُمْ: Hij schiep jullie;
- خَلَقَنِي: Hij schiep mij;
- خَلَقَنَا: Hij schiep ons.
Aangehecht aan een partikel
- لَهُ: voor hem;
- لَهَا: voor haar;
- لَهُمَا: voor hen twee;
- لَهُمْ: voor hen;
- لَكَ: voor jou, mannelijk;
- لَكِ: voor jou, vrouwelijk;
- لَكُمَا: voor jullie twee;
- لَكُمْ: voor jullie.
Vormen met إِيَّا
| Persoon | Enkelvoud | Dualis | Meervoud |
|---|---|---|---|
| 2e persoon m. | إِيَّاكَ | إِيَّاكُمَا | إِيَّاكُمْ |
| 2e persoon v. | إِيَّاكِ | إِيَّاكُمَا | إِيَّاكُنَّ |
| 3e persoon m. | إِيَّاهُ | إِيَّاهُمَا | إِيَّاهُمْ |
| 3e persoon v. | إِيَّاهَا | إِيَّاهُمَا | إِيَّاهُنَّ |
إِيَّاكَ نَعْبُدُ
U alleen aanbidden wij.
Pronomen met إِنَّ
- إِنَّا: waarlijk, wij;
- إِنَّكَ: waarlijk, jij;
- إِنَّهُ: waarlijk, hij;
- إِنِّي: waarlijk, ik.
Niet-verbuigbaar
Persoonlijke voornaamwoorden zijn doorgaans مَبْنِيٌّ: hun vorm verandert niet volgens de grammaticale functie.
Koranvoorbeelden
لَكُمْ دِينُكُمْ وَلِيَ دِينِ
Voor jullie is jullie godsdienst en voor mij is mijn godsdienst. (109:6)
إِنَّا أَعْطَيْنَاكَ الْكَوْثَرَ
Wij hebben jou waarlijk Al-Kawthar geschonken. (108:1)
فَسَبِّحْ بِحَمْدِ رَبِّكَ وَاسْتَغْفِرْهُ إِنَّهُ كَانَ تَوَّابًا
Verheerlijk jouw Heer met lof en vraag Hem om vergeving. Hij is waarlijk Berouwaanvaardend. (110:3)
Veelgemaakte fouten
- losse en aangehechte voornaamwoorden verwarren;
- أَنْتَ en أَنْتِ verwarren;
- هُمْ gebruiken voor twee personen in plaats van هُمَا;
- ـكَ en ـكِ verwarren;
- vergeten dat een naamwoord met aangehecht voornaamwoord bepaald wordt;
- voornaamwoorden verbuigen alsof het gewone naamwoorden zijn.
Bekijk onze online Arabische lessen.
Reserveer uw gratis proefles van 30 minuten
Inschrijfformulier
FAQ
Wat is het verschil tussen een los en aangehecht voornaamwoord?
Een los voornaamwoord kan zelfstandig staan. Een aangehecht voornaamwoord wordt aan een naamwoord, werkwoord of partikel vastgemaakt.
Wat betekent هُمَا?
Het betekent “zij twee” voor zowel mannelijk als vrouwelijk.
Wat gebeurt er wanneer een voornaamwoord aan een naamwoord wordt gehecht?
Het naamwoord wordt bepaald en neemt geen tanwin.
Conclusie
Arabische persoonlijke voornaamwoorden verschillen naar persoon, geslacht en getal. Ze kunnen los of aangehecht zijn. De dualis heeft eigen vormen, waaronder هُمَا en أَنْتُمَا.
Geen reacties
Er zijn momenteel geen reacties.